 |
NEN 1014
Alleen geldig
voor installatie voor 1 febr 2009
beveiliging |
 |
De bliksembeveiligingsinstallatie beschermt gebouwen tegen de
gevolgen van blikseminslag.
De uitwendige blikseminstallatie bestaat uit opvanginrichtingen (staven
en pieken waar de bliksem moet inslaan), leidingen (voor het
transporteren van de bliksemstroom) en aardingssystemen (geleid de
bliksemstroom naar de aarde). Deze installaties vangen blikseminslagen
op en leiden de bliksemstroom naar de aarde af.
Inwendige blikseminstallaties zorgen als aanvulling op de uitwendige
bliksembeveiliging, dat de invloed van de bliksemstroom op installaties
en dus ook elektrische en electronische apparaten in het gebouw beperkt
wordt. Tevens wordt voorkomen dat gevaarlijke hoge spanningen ontstaan.
NEN 1014 was tot 1 febr 2009 van toepassing op het ontwerpen, aanleggen en onderhouden
van nieuwe en bestaande blikseminstallaties (uitwendig en inwendig).
De norm beschrijft maatregelen om de gevolgen van blikseminslag zo veel
mogelijk te beperken, rekening houdend met bouwkundige, esthetische en
economische factoren.
De norm bevat:
- niet-technisch, algemene omschrijvingen en beschouwingen die
noodzakelijk zijn om het technische gedeelte te kunnen hanteren en
- de technische regels voor het ontwerpen, aanleggen en onderhouden
van blikseminstallaties (waaronder de te gebruiken materialen en de
montage),
- technische regels voor specieke objecten.
Voor het
nemen van maatregelen tegen blikseminslag moet veel aandacht besteed
worden aan het bepalen van de noodzaak van de maatregelen. Bij de opslag
van
explosieve
of brandgevaarlijke stoffen is het duidelijk dat
maatregelen nodig zijn, maar er zijn ook objecten die maar een geringe
kans op inslag hebben of maar weinig schade zullen ondervinden. Hierbij
kunnen bijvoorbeeld financiële overwegingen meetellen. Ook
psychologische factoren spelen een belangrijke rol: wie wil er tenslotte
in de buurt zijn van een onbeveiligd object tijdens onweer?
NEN 1014 geeft een methode om op basis van diverse factoren de noodzaak
van bliksembeveiliging per object te bepalen.
Ook bij uitbreidingen of wijziging van objecten moet steeds opnieuw
weer worden nagedacht over het nemen van maatregelen (ook van objecten
in de buurt). Dit kan o.a. zijn bij het vernieuwen van dakbedekking, het
plaatsen van materieel op daken en gevels, het uibreiden van
computersystemen enz.
Blikseminstallaties moeten volgens NEN 1014 geïnspecteerd worden bij
oplevering, herstelling of wijziging van de installatie of van het
beveiligde object. Tevens moet de installatie periodiek (om de 1 tot 5
jaar) gecontroleerd worden afhankelijk van het belang van beveiliging en
de omstandigheden waarin het te beveiligen object zich bevindt.
De eisen aan de deskundigheid van degene die de inspectie uitvoert, de
te inspecteren punten en documentatie van de inspectie worden beschreven
in NEN 1014.
De toepassing van NEN 1014 is verplicht:
De (uitwendige) blikseminstallatie moet worden uitgevoerd volgens NEN 1014.
NEN 1014 schrijft voor dat de bliksembeveiligingsinstallaties moeten
zijn voorzien van een eigen aardingssysteem.
Indien dit aardingssysteem ook dienst doet als veiligheidsaarding van
een laagspanningsinstallatie, moet het aardingsysteem behalve aan NEN 1014
ook voldoen aan
NEN 1010
(zie deel 4 en 5).
Tijdens blikseminslag op of in de omgeving van de blikseminstallatie
kunnen potentiaalverschillen optreden tussen delen van de
blikseminstallatie en metalen delen in de omgeving (leidingen van
CV-installaties, PTT-kabels, water- en gasleidingen enz.) of elektrische
installaties. Hierdoor kan afslag (overspringen van een ontlading)
optreden en gevaarlijk hoge spanningen ontstaan.
Om afslag te voorkomen wordt potentiaalvereffening toegepast. Hierbij
worden alle onderdelen van geaarde installaties en metalen delen met de
blikseminstallaties verbonden volgens NEN 1010.
Voor beveiliging tegen overspanningen ten gevolge van blikseminslag zie
Rubriek 443 van NEN 1010.
PTT-kabels en water- of gasleidingen van het openbare net mogen niet
zonder meer worden aangesloten op de blikseminstallatie. Hiervoor is
toestemming nodig van de de beheerder van het net (zie ook
Wanneer is NEN 1014 verplicht?)
In het kader van de Europese eenwording worden steeds meer
Nederlandse normen (NEN-normen) vervangen door Europese normen (NEN-EN).
Deze NEN-EN-normen zijn aangepast aan de praktijksituatie in alle
Europese landen aangesloten bij de Europse Unie. Tot 1 febr 2006 was er voor
bliksembeveiliging in Nederland maar 1 norm: NEN 1014.
Op 1 febr 2006 is een nieuwe norm gepubliceerd, de NEN-EN-IEC 62305
Na een overgangstermijn van 3 jaar geldt vanaf 1 febr 2009 voor
Nederland (en Europa) nog alleen de
NEN-EN-IEC 62305.
